Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding weerstandsvermogen en risicobeheersing

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de risico's die we lopen en hoe we dit kunnen opvangen. Dit doen we met het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Hiermee voorkomen we dat iedere financiële tegenvaller leidt tot bezuinigingen. Daarnaast willen geen onnodig hoge financiële buffers aanhouden. Uw raad heeft hierom als doel gesteld dat we de risico's, die we in het jaar lopen, 2,0 keer kunnen dekken. Dit is de factor weerstandsvermogen.

Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang:

  • De beschikbare weerstandscapaciteit;
  • De aanwezige risico’s.

Beide elementen worden in de deze paragraaf uitgewerkt en worden twee keer per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening, geactualiseerd. Bij de jaarrekening kijken we in hoeverre de risico's zich hebben voorgedaan en in hoeverre de risico's (vooruitkijkend) op balansdatum nog bestaan. In de paragraaf zijn verder ook de kengetallen opgenomen die op grond van het BBV voorgeschreven zijn. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

In één oogopslag

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - In één oogopslag

Het totaal van geïdentificeerde risico’s (zie totaal risico’s) eind 2025 bedraagt ca. € 5 mln. De beschikbare weerstandscapaciteit is per eind 2025, ca € 11,7 mln. Dit is exclusief het jaarresultaat 2025. Hiermee komt de factor weerstandsvermogen op 2,4. Dit is ruim boven het door uw raad gestelde doel van 2,0. De factor weerstandsvermogen groeit naar verwachting tot 5,1 in 2028, uitgaande van gelijkblijvende risico's.

Het totaal aan risico's die wij zien is licht gedaald door de actualisatie van de risico-inschatting. Dit draagt bij aan de stijging van de factor weerstandsvermogen. Dit is verder gespecificeerd in het vervolg van deze paragraaf.

Periodiek beoordelen wij nut en noodzaak van bestemmingsreserves. Indien het niet nodig is een reserve in stand te houden dan valt deze vrij en stijgt het weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit bestaat uit de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beide vormen worden hieronder toegelicht.

De incidentele weerstandscapaciteit
Dit betreft het vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen. De incidentele weerstandscapaciteit (of weerstandsvermogen) bestaat uit de Algemene reserve. Onderstaand is het verwachte  verloop van het incidenteel weerstandsvermogen opgenomen.

Weerstandsvermogen - Incidentele weerstandscapaciteit

 

Incidentele weerstandscapaciteit (in € )
2024 2025 2026 2027 2028
Algemene reserve
Saldo per begin van het boekjaar 10.351.939 11.599.948 11.667.768 18.721.940 22.644.557
Geraamde mutaties via de reguliere exploitaties -48.338 -1.465.803 -806.049 936.952 -20.000
Geraamde mutaties via de balans/resultaatbestemming 1.296.347 1.533.623 7.860.221 2.985.665 2.593.270
Totaal incidentele weerstandscapaciteit per eind boekjaar 11.599.948 11.667.768 18.721.940 22.644.557 25.217.827
Ratio weerstandsvermogen 2,3 2,4 3,8 4,6 5,1

De totale incidentele weerstandscapaciteit is eind 2025 nagenoeg gelijk aan 2024. Dit komt doordat de onttrekkingen uit de algemene reserve in 2025 ongelijk waren aan de toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2024. In 2026 verwachten we een aanzienlijke stijging van de incidentele weerstandscapaciteit door de toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2025. Voor de jaren daarna verwachten we een verdere stijging, voornamelijk door het positieve begrotingssaldo.   

Naast de genoemde Algemene reserve beschikt de gemeente ook nog over een aantal ‘stille’ reserves. Denk hierbij aan vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit omdat deze reserves niet direct in geld omgezet kunnen worden.

De structurele weerstandscapaciteit

Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit drie onderdelen:

  1. De onbenutte belastingcapaciteit van de onroerendezaakbelasting (ozb). Dit is het verschil tussen de tarieven zoals wij deze hanteren en het normtarief voor de zogenaamde artikel 12-gemeenten;
  2. De stelpost Onvoorzien in de begroting;
  3. De stelpost voor een aantal budgetrisico’s in de begroting op het gebied van beheer openbare ruimte, gevolgen van de invoering van de omgevingswet en de bedrijfsvoering in algemene zin.

Onderstaand is het verwachte  verloop van het structurele weerstandsvermogen opgenomen.

Weerstandsvermogen - Structurele weerstandscapaciteit

 

Structurele weerstandscapaciteit (in €)
2025 2026 2027 2028
Onbenutte belastingcapaciteit OZB 5.624.892 5.624.892 5.624.892 5.624.892
Stelpost onvoorzien 33.850 12.592 12.622 12.622
Stelpost budget risico’s 274.703 0 0 0
Totaal structurele weerstandscapaciteit per boekjaar 5.933.445 5.637.484 5.637.514 5.637.514

Risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's

Om een correcte en actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit is het nodig periodiek de risico’s te actualiseren. Dat doen wij zowel bij de begroting als bij de jaarrekening . Bij de jaarrekening geven we aan in hoeverre het risico zich heeft voorgedaan in het afgelopen jaar en lichten we toe in hoeverre we het risico voor het komende jaar ook zien. De voor deze paragraaf relevante risico’s hebben een financiële omvang van € 100.000 of hoger. Deze risico’s lichten we hieronder kort toe.

De gemeente IJsselstein hanteert de volgende criteria voor een risico:

  • Er is sprake van een mogelijke gebeurtenis (oorzaak) dat leidt tot een uitstroom van middelen (gevolg);
  • De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet zijn onzeker;
  • Er is sprake van enige mate van voorkennis;
  • Het risico vormt een bedreiging/belemmering voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen;
  • Het risico is financieel kwantificeerbaar.

Benodigde weerstandscapaciteit

Hierna zijn de risico’s per programma weergegeven en toegelicht waarvan het risicobedrag groter dan € 100.000 is.

Risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit per programma

Risico’s Beheersmaatregelen Terugblik 2025 en vooruitblik Kans in % Bruto bedrag (x 1.000) Netto (kans x bruto) bedrag (x 1.000)

Programma Wonen en ruimte

Leningen aan Cazas Wonen

Ter financiering van grote woningbouwprojecten heeft de gemeente in het verleden diverse leningen verstrekt aan Cazas Wonen. Voor de geldleningen zijn geen hypothecaire zekerheden verlangd door de gemeente. Het risico bestaat dat Cazas niet aan haar rente- en/of aflossingsverplichtingen kan voldoen.

Door het contract dat is gesloten met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) kan Cazas zelfstandig leningen aantrekken onder waarborging van het WSW. De gemeente verstrekt daarom geen nieuwe leningen meer aan Cazas. Het risico ziet daarom enkel toe op oude leningen.

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) beoordeelt jaarlijks samen met het WSW de financiële positie van Cazas. Hierbij wordt gecontroleerd of Cazas voldoet aan de eisen van kredietwaardigheid conform het reglement van deelneming Waarborgfonds. 

Daarnaast beoordelen wij jaarlijks zelf de solvabiliteit en liquiditeit aan de hand van de jaarrekening van Cazas.

Ook een nieuwe achtervang-overeenkomst met het WSW waarmee de risico’s verder beperkt worden aangezien de woningbouwcoöperaties via obligo leningen meer zekerheid moeten bieden.

In 2025 heeft Cazas aan al haar renteverplichtingen voldaan. Het risico heeft zich dus niet voorgedaan. 

Verder blijkt uit de meest recente toezichtbrief van de Aw dat het risico als laag wordt ingeschat. Er was geen aanleiding voor extra onderzoek of verscherpt toezicht. Uit onze eigen beoordeling blijkt dat de financiële positie van Cazas stabiel en op orde is. Wij schatten het risico daarom als zeer laag in.

In 2025 is de helft van de openstaande lening afgelost. Hierdoor neemt het bruto risicobedrag af. Het ingeschatte risico komt hierdoor onder de € 100.000 en zal daarom na 2025 niet meer worden gerapporteerd.

 

1 5.700 57

Onderhoud vastgoed, civiele werken en openbare ruimte
De kosten voor onderhoud van vastgoed, civiele techniek en openbare ruimte kunnen door marktomstandigheden stijgen. Ook komt het voor dat we door onvoorziene omstandigheden kosten moeten maken die niet zijn voorzien in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) of het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). De budgetten in onze begroting zijn op deze plannen gebaseerd en deze plannen worden eens in de 5 herzien.
Wanneer zich onvoorziene kostenstijgingen of onvoorziene omstandigheden zich voordoen, bestaat het risico dat de kosten niet gedekt kunnen worden uit bestaande budgetten. Doordat het onderhoud of herstel vaak noodzakelijk is, kan dit leiden tot budgetoverschrijding.

We voeren actief beheer op al onze vastgoedobjecten en de openbare ruimte. Daarmee monitoren we ook of de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden in lijn liggen met de beheer- en onderhoudsplannen. Hierdoor hebben we eventuele bijzonderheden snel in beeld.

Het risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan. Per saldo zijn onze uitgaven iets lager dan begroot. Richting de toekomst blijft het risico wel bestaan omdat het kan voorkomen dat zich grotere onvoorziene omstandigheden voordoen die zeer kostbaar kunnen zijn. Ook wordt het risico iets groter omdat we vanaf 2026 bezuinigen op kleine, niet noodzakelijke, onderhoudsbudgetten. Hierdoor kunnen we tegenvallers minder makkelijk binnen het programma opvangen. Het risicobedrag is gelijk aan die in de begroting 2026.

50 1.000 500

Leges omgevingsvergunningen

Invoering van de Omgevingswet per 2024 geeft de gemeente meer regie over vergunningsplichten en kan leiden tot een afname hiervan. Dit is afhankelijk van het omgevingsplan, dat nog in ontwikkeling is. Wanneer de vergunningplicht afneemt, is het mogelijk dat ook de opbrengst uit leges zal afnemen. Het is echter niet zeker of de kosten in gelijke mate afnemen. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de impact van het omgevingsplan op handhavingstaken.

Daarnaast lopen we risico op vertraging bij bouwprojecten, bijvoorbeeld door stikstof-, en PFAS problematiek, netcongestie en hogere energieprijzen. Met name op grotere projecten lopen we dit risico. De kostendekkendheid is bij grote projecten meestal beter. Bovendien is een belangrijk deel van de inzet van de ODRU gegarandeerd voor een jaar. Dit zorgt ervoor dat de kosten minder snel mee bewegen.

Beide factoren zorgen voor het risico dat de opbrengsten uit leges harder kunnen dalen dan de kosten die de gemeente maakt voor vergunningen, toezicht en handhaving.

 

Er is capaciteit vrijgemaakt om de invoering van de Omgevingswet te implementeren. Dit is projectmatig aangepakt. Daarbij is ook de ODRU betrokken. Ook hebben we geïnvesteerd in inzicht in kosten van aanvragen, zodat we ook inzicht hebben in de kostendekkendheid en deze verhoogd kan worden.

Ontwikkelingen in aanvragen en prognoses wordt gemonitord en periodiek afgestemd met ODRU. Dit ziet toe op zowel inzet van ODRU en leges uit vergunningen. 

 

Het is normaal dat inkomsten uit leges fluctueren. Het risico heeft zich in 2025 dan ook voorgedaan. Een paar grote projecten zijn gerealiseerd in 2025 en een paar zijn door omstandigheden vertraagd. Hierdoor zijn de inkomsten ongeveer € 200.000 lager uitgevallen dan verwacht. 

Vooruitkijkend blijft het risico bestaan. We blijven belangrijke stappen zetten in een aantal grote projecten. We hebben het risicobedrag daarom gelijk gehouden aan 2025.

50 500 250
Risico’s Beheersmaatregelen Terugblik 2025 en vooruitblik Kans in % Bruto bedrag (x 1.000) Netto (kans x bruto) bedrag (x 1.000)

Programma Inkomen, Jeugd en Wmo

Uitkering Participatiewet (bijstand)

Uitkeringen van de gemeente op grond van de Participatiewet zijn een openeinderegeling. Risico is dat de uitkeringen toenemen en/of de rijksbijdrage, die de gemeente daarvoor ontvangt, afneemt of onvoldoende is om de lasten te dekken.

Dit komt doordat de rijksbijdrage (deels) gebaseerd is op het aantal bijstandsgerechtigden twee jaar terug. Ook draagt de gemeente een belangrijk deel van het risico wanneer het  niet lukt om mensen aan een betaalde baan te helpen. Indien het aantal bijstandsgerechtigden toeneemt of hoger ligt ten opzichte van landelijk, heeft de gemeente een tekort. Bij een groot verschil (>7,5%) kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. Dit beperkt het risico.

Ook is er een risico dat vorderingen op dit gebied niet worden ontvangen. Dit risico is in omvang beperkt.

 

 

 

De gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom en het Lokaal werkteam helpen inwoners met het vinden van werk. Hiermee wordt zoveel mogelijk de instroom beheerst en de uitstroom bevorderd. 

Daarnaast werken wij samen met andere Lekstroomgemeenten aan het verder ontwikkelen van onze sociale infrastructuur. Het doel hiervan is de participatie te vergroten. Resultaten uit dit project worden in de toekomst verwacht.

De ontwikkeling van de rijksbijdrage wordt gevolgd via de circulaires. 

 

 

 

De rijksbijdrage wordt periodiek bijgesteld aan de landelijke ontwikkelingen. Het is gebruikelijk dat dit schommelt. In 2025 is deze aanzienlijk verhoogd waardoor het tekort dat we hebben op de BUIG sterk is teruggelopen. Het risico heeft zich dus voorgedaan, maar in veel mindere mate dan in 2024.

Het risico blijft wel onverminderd bestaan omdat de rijksbijdrage schommelt en de uitstroom naar werk van bijstandsgerechtigden onzeker. 

Het bruto risicobedrag is gebaseerd op het bedrag van de rijksbijdrage in 2025. De kans is gebaseerd op het percentage (7,5%) waarboven, onder voorwaarden, van de vangnetregeling gebruik kan worden gemaakt. Het risicobedrag stijgt doordat het minimumloon stijgt. De bijstandsuitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon waardoor deze ook stijgen. Ook voor 2026 verwachten we dat de minimumlonen en uitkeringen verder worden geïndexeerd. We worden hiervoor gecompenseerd via de rijksbijdrage. Het zorgt echter wel voor een hoger bedrag waarover we het risico lopen.

 

7,5 10.000 750

Jeugdhulp

De uitvoering van de Jeugdwet is een openeinderegeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen of onderschrijdingen voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget dat wij begroten op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van jeugdhulp wanneer inwoners hier recht op hebben. Hierdoor lopen wij het risico dat de kosten hoger zijn dan begroot. Het risico ziet voornamelijk toe op specialistische jeugdzorg en verblijfsvormen, omdat hier sprake kan zijn van zeer dure zorgtrajecten.

 

Vanaf 2024 zetten we in op betere inzichten in onze uitgaven en sturingsmogelijkheden. Dit hebben wij gedaan in het kader van het Project Jeugd dat eind 2024 door de gemeenteraad is goedgekeurd. Onderdeel hiervan is dat wij lichtere hulpvragen vaker in het voorveld opvangen. Daarnaast hebben we onze verordening beter afgebakend op basis van de Jeugdwet. We hebben de raad in 2025 op diverse momenten geïnformeerd over de resultaten van Project Jeugd.

 

We hebben in 2025 duidelijke resultaten gezien uit Project Jeugd. Het gebruik en de kosten van lichtere vormen van jeugdhulp nemen af. Tegelijkertijd zien we dat de kosten van zware en specialistische jeugdzorg sterker toenemen dan verwacht. Hierdoor blijft het risico zich voordoen en dit verwachten we ook richting de toekomst. De overschrijding van onze budgetten bedraagt ongeveer 7%.

Het risico blijft bestaan maar wordt wel kleiner omdat de raad met de kadernota 2026 heeft besloten het budget aan te passen aan de prognose. Het budget is hierdoor fors verhoogd waardoor het risico op grote overschrijdingen afneemt. We hebben het risicopercentage daarom verlaagd. Het brutobedrag is gebaseerd op de begroting 2026 (afgerond).

5 10.500 525

Maatschappelijke ondersteuning 

De uitvoering van de Wmo is een openeinderegeling.  Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen of onderschrijdingen voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget dat wij begroten op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van maatschappelijke ondersteuning wanneer inwoners hier recht op hebben. Hierdoor lopen wij het risico dat de kosten hoger zijn dan begroot.

 

Ook op het gebied van Wmo wordt ingezet op gezamenlijke inkoop, integrale aanpak en standaardisatie van processen. Dit gebeurt i.s.m. de RBL. Ook zetten wij in op verschillende pilots waarmee we proberen het beroep op de Wmo te beperken.

 

Dit risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan. Binnen de Wmo zijn onze maatregelen voor kostenbeheersing effectief gebleken. De totale uitgaven blijven binnen begroting.

Vooruitkijkend blijft het risico in beperkte mate bestaan. Het risico is beperkt omdat kostenbeheersing effectief blijkt en de uitgaven al een aantal jaren binnen begroting blijft. Daarnaast wordt het risico verder beperkt door langjarige contracten, relatief weinig zeer dure Wmo-trajecten, en de hogere indexering die het Rijk via het Gemeentefonds beschikbaar heeft gesteld.

Ook heeft de raad met de kadernota 2026 besloten de verwachte besparing op de Wmo nog een jaar uit te stellen. Dit verkleint het risico verder.

2,5 6.500 160
Risico’s Beheersmaatregelen Terugblik 2025 en vooruitblik Kans in % Bruto bedrag (x 1.000) Netto (kans x bruto) bedrag (x 1.000)

Programma algemene dekkingsmiddelen en programma-overstijgende risico's

Overige verstrekte leningen

Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente de afgelopen jaren leningen verstrekt of staat de gemeente garant voor leningen. Het risico van deze leningen is dat de wederpartij die de lening heeft ontvangen niet aan zijn rente- en/of aflossingsverplichting kan voldoen.

 

Het beleid is erop gericht de bestaande portefeuille af te bouwen door geen nieuwe leningen te verstrekken. Dit geldt niet voor de startersleningen. Hiervoor biedt de woning als onderpand voldoende zekerheid.

Voor garantstellingen op het gebied van sport geldt dat deze alleen worden afgegeven als ook Stichting Waarborgfonds Sport garant staat. Het waarborgfonds beoordeelt periodiek de financiële positie van de betreffende instellingen. 

 

Het risicobedrag is gebaseerd op het totaal aan uitstaande leningen (zie ook toelichting jaarrekening). In 2025 is aan alle rente- en aflossingsverplichtingen voldaan. Het risico heeft zich dan ook niet voorgedaan. 

Het risicobedrag neemt af door reguliere aflossingen en bestaat voornamelijk nog uit openstaande startersleningen. Door sterk gestegen woningwaardes neemt het risico af. Het ingeschatte risico komt hierdoor onder de € 100.000 en zal daarom na 2025 niet meer worden gerapporteerd.

5 1.100 55

Gegarandeerde geldlening

De gemeente heeft garanties verstrekt vanuit haar publieke functie. Hieronder zijn de bedragen en risico's per beleidsveld weergegeven.

Het risico bestaat dat de wederpartij niet aan haar verplichtingen kan voldoen en de gemeente deze (deels) dient over te nemen.

 

 

 

 

 Volkshuisvesting (Cazas)

Welzijn (zorginstellingen) 

 

In de financiële verordening is opgenomen dat:

  • Hypotheekrecht wordt gevestigd indien de aanvrager over eigen accommodatie beschikt
  • Oude garanties zoveel mogelijk worden afgebouwd
  • De lening is aangetrokken ten behoeve van een investering die past in het gemeentelijk beleid
  • Alleen garanties verstrekt kunnen worden indien er geen waarborgfonds bestaat voor het beleidsterrein

We beoordelen jaarlijks de liquiditeit en solvabiliteit van de instellingen.

 

Geen van de garanties is in 2025 ingeroepen. Het risico heeft zich dus niet voorgedaan.

Het risico ten aanzien van Cazas wordt -  conform de verstrekte lening - als zeer klein ingeschat. Dit risico is onveranderd. 

Het risico ten aanzien van zorginstellingen is groter omdat de financiële positie minder sterk is en er minder activa tegenover de schulden van de zorginstellingen staan. De solvabiliteit en liquiditeit van de instellingen is echter wel stabiel en blijft voldoende om aan de verplichtingen te voldoen. Het risico blijft daarom ongewijzigd op 10%.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 1

10

 

 

 

 

 

 

 

 

 45.000

6.700

 

 

 

 

 

 

 

 450

670

Gemeenschappelijke regelingen

Het risico bestaat dat de gemeente haar bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling (GR) dient te verhogen wanneer deze geconfronteerd worden met financiële tegenvallers. Dit risico doet zich met name voor wanneer een GR geen eigen reserves of weerstandsvermogen aanhoudt. Door deelname verplicht de gemeente zich om naar evenredigheid bij te dragen in de kosten. Zie ook de paragraaf verbonden partijen waar actuele informatie wordt gegeven omtrent de financiële positie per GR.

 

Het beheersen van risico's omtrent gemeenschappelijke regelingen en andere verbonden partijen is een continue aandachtspunt voor de gemeente. Risicobeheersing van de gemeente omvat onder meer de bestuurlijke afvaardiging (in een gemeenschappelijke regeling), de monitoring door regievoerder en control op beleids- en financiële prestaties, en het beoordelen van begrotingen, jaarrekening en andere P&C documenten. 

Waar relevant dienen we zienswijzen in op P&C stukken en werken we samen met andere deelnemende gemeenten.

 

Het risicobedrag is gebaseerd op bijdragen aan de bestaande verbonden partijen. 

Deze schatting is gebaseerd op ervaringen in recente jaren van afwijkingen tussen begroting en realisatie van de betreffende regeling. 

Het risico heeft zich deels voorgedaan in 2025. Zie onderstaande tabel. Op basis van de realisatie is het risico herijkt. Het risico komt iets lager uit dan bij begroting

 

 

18.620

1.087

 

Wachtgeld wethouders

Begin 2026 zijn er nieuwe verkiezingen en op basis van de uitkomst zal een nieuw college gevormd worden. Het is nog onzeker welke partijen een nieuw college zullen vormen, hoeveel wethouders dit nieuwe college zal hebben en wie dit zullen zijn.
De kans bestaat dus dat het nieuwe college een andere samenstelling zal hebben dan het huidige college. Het risico bestaat dan dat we wachtgeld moeten betalen aan vertrekkende wethouders.

 

We hebben geen beheersmaatregelen om dit risico te verkleinen.

 

Het risico speelt pas vanaf 2026 en wordt vergroot doordat er voor de nieuwe collegeperiode een wethouder minder is begroot. Indien alle huidige wethouders zouden vertrekken en niet direct ander werk hebben, kan het wachtgeld in 2026 oplopen tot ongeveer € 400.000. We schatten het risico op 50% omdat de kans ook bestaat dat (een deel van de) wethouders aanblijven.
We kunnen dit risico niet nauwkeurig inschatten omdat het afhankelijk is van besluitvorming in de gemeenteraad na de verkiezingen.

50

400

200

Prijsindexaties

Binnen de BBP systematiek van het gemeentefonds worden wij gecompenseerd voor prijsinflatie op basis van het verwachte inflatiepercentage. Dit wordt bij de septembercirculaire bepaald voor het opvolgende jaar. De laatste jaren valt dit doorgaans hoger uit, vaak met minimaal 1 procentpunt. Dit vormt een financieel risico voor onze prijsgevoelige budgetten.

 

Het risico beheersen we waar mogelijk door doelmatig in te kopen. Ook indexeren we onze eigen budgetten in principe met hetzelfde percentage als in de septembercirculaire. Dit beperkt het risico deels. Echter blijft het risico bestaan waar sprake is van wettelijke verplichte of noodzakelijke taken.

 

Het risico is opgenomen omdat er steeds vaker een verschil is tussen de indexering die wij krijgen via het gemeentefonds en de inflatie waar wij mee geconfronteerd worden. Het risico heeft zich in 2025 dan ook deels voorgedaan. We zien dit met name in de kosten sociaal domein en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Hier stijgen kosten sneller dan onze reguliere prijsindexatie.

Het risico blijft in de toekomst bestaan. Voor het sociaal domein en de gemeenschappelijke regelingen zit dit risico al verwerkt in de voorgaande risico's. Wij schatten het risico in o.b.v. 2 procentpunt van onze overige prijsgevoelige budgetten met een hoge kans dat het risico zich voordoet

50

500

250

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

 

 

4.954

 

 

Risico’s met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen
Voor het bepalen van het risico dat de gemeente loopt door deelname in de diverse gemeenschappelijke regelingen wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag op basis van de totale bijdrage en de geschatte maximale afwijking. Deze schatting is primair gebaseerd op ervaringen in recente jaren van afwijkingen tussen begroting en realisatie van de betreffende regeling. De kolommen begroot zijn overgenomen uit de vastgestelde begroting 2025. Bij het vaststellen van de jaarrekening is de risicobepaling herijkt op basis van de realisatie in 2025. Hieronder leest u de berekening van het risicobedrag. Het totaalbedrag van onderstaande tabel is genoemd in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven:

Risicobeheersing - Risico’s verbonden partijen

Verbonden partij Begroting 2025 (x 1.000) Realisatie 2025 (x 1.000)
  Bijdrage begroot Risico Risicobedrag Bijdrage gerealiseerd (afgerond) Risico Risicobedrag (afgerond)
RMN incl. AVU 6.094 5,0% 305 6.000 5,0% 300
WIL* 5.762 7,5% 432 5.500 7,5% 400
VRU 2.128 5,0% 106 2.100 5,0% 100
ODRU 2.100 7,5% 157 2.300 7,5% 175
GGDrU 1.766 7,5% 132 1.700 5,0% 85
BSR 755 2,5% 19 700 2,5% 15
Recreatieschap Stichtse Groenlanden 161 5,0% 8 160 5,0% 8
Regionaal Historisch Centrum 170 2,5% 4 160 2,5% 4
Totaal 18.936   1.163 18.620   1.087

*) Bijdrage gecorrigeerd voor verstrekte uitkeringen BUIG. Dit risico is al afzonderlijk benoemd. De gerealiseerde bijdrage lijkt te dalen doordat deze bij de begroting enkel gecorrigeerd werd voor uitkeringen reguliere bijstand. We corrigeren dit nu voor alle BUIG uitkeringen. De werkelijke bijdrage aan WIL was bijna 8% hoger dan begroot. Het risicopercentage wijzigen we daarom niet.

Factor weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt ongeveer € 5 miljoen. Dit is een daling ten opzichte van de begroting 2025 en jaarstukken 2024. De daling komt voornamelijk doordat de omvang van gegarandeerde leningen terugloopt. We zien ten opzichte van de begroting enkele kleine nieuwe risico's en de overige (terugkerende) risico's zijn stabiel of nemen licht af. De beschikbare weerstandscapaciteit is per eind 2025 ca. 11,7 miljoen euro. Hier wordt het jaarresultaat van 7,9 miljoen euro aan toegevoegd, waarmee de weerstandsfactor op 3,8 uitkomt. Dit is ruim boven het doel van 2,0. Het incidentele weerstandsvermogen neemt in de jaren verder toe tot 25,6 miljoen euro eind 2028. De factor weerstandsvermogen komt dan op ongeveer 5, als we ervan uitgaan dat risico's gelijk blijven. 

Historisch overzicht
Onderstaand een historisch overzicht van de ontwikkeling van de opbouw van het benodigde weerstandsvermogen, de beschikbare weerstandscapaciteit en de factor weerstandsvermogen. De risicobeoordeling wordt twee keer per jaar geactualiseerd, bij het opstellen van de begroting en bij het opstellen van de jaarstukken. Het overzicht is opgesteld op chronologische volgorde waarin deze stukken zijn opgesteld.

Risico-categorie Risico's Jaarstukken 2025 Begroting 2025 Jaarstukken 2024 Jaarstukken 2023
Leningen en garantstellingen

Leningen Cazas

Overige verstrekte leningen

Gegarandeerde leningen Cazas

Gegarandeerde leningen zorginstellingen

 

57

55

450

670

1.232      

                   

 

113

126

450                  

1.400              

2.089

113

126

450                         

1.400                   

2.089

113

126

504                         

2.158                   

2.901

 

Sociaal domein

Uitkeringen participatiewet

Jeugdzorg en Wmo

750

685

1.435

750

800

1.550

675

900

1.575

607

1.067

1.674

Openbare ruimte, vastgoed en projecten

Bouwgronden in exploitatie

Onderhoud vastgoed, civiele werken en openbare ruimte

Leges omgevingsvergunningen

0*

500

250

750

0

585

300

885

0

0

250

250

0

0

300

300

Gemeenschappelijke regelingen O.b.v. beoordeling per samenwerking

1.087

1.087

1.163              

1.163

1.174                   

1.174

998              

998

Overige

Wachtgeld wethouders

Algemene uitkering

cao en prijsindexaties

200                                 

0                      

250

450

0                  

0                           

0

0    

 

0                       

325                       

450

775

0                   

0                     

0

0

Totaal berekend bedrag risico's 4.954 5.687 5.863 5.873
Totaal berekend bedrag weerstandscapaciteit 11.668 11.047 11.600 12.171
Factor weerstandsvermogen 2,4 1,9 2,0 2,1

*) De gemeente heeft eind 2025 1 actieve grondexploitatie. Het verwachte resultaat hierin is sterk positief en gebaseerd op actuele schattingen. We zien hierin dus geen risico. Het resultaat op een grondexploitatie blijft altijd in sterke mate afhankelijk van marktomstandigheden en macro-economische factoren. Wanneer deze wijzigen kan ook het risico wijzigen.

 

Kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente.
Het gaat om de volgende kengetallen:

  • Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • De solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit

Onderstaand een overzicht van de kengetallen en een toelichting hierop:

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Kengetallen

 

Kengetal
Rekening 2023 Rekening 2024 Rekening 2025
Netto schuldquote 21,8% 16,4% 0,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 5,1% 1,8% -5,7%
Solvabiliteitsratio 29,4% 25,7% 31,5%
Grondexploitatie 0,2% 0,2% 0,3%
Structurele exploitatieruimte 1,1% 3,1% 9,2%
Belastingcapaciteit 105,8% 110,4% 103,2%

Netto schuldquote
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor onze gemeente ligt dit cijfer ruim binnen de normale marge. Er is sprake van een dalende trend door de positieve resultaten in de afgelopen jaren. Hierdoor hebben we meer eigen middelen en hoeven we minder leningen aan te trekken.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit cijfer ligt gemiddeld rond de 40% bij gemeenten. Onze solvabiliteit is dit jaar toegenomen tot ruim 31% wat we als goed beschouwen.

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit cijfer is structureel laag. Hierdoor is dit risico erg laag.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Dit kengetal is positief. Dit houdt in dat we onze structurele lasten kunnen dekken met onze structurele baten.

Belastingcapaciteit
Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit kengetal laat zien dat de lastendruk van de gemeente boven het landelijk gemiddelde ligt, maar meer naar het gemiddelde trekt.