|
Uitkering Participatiewet (bijstand)
Uitkeringen van de gemeente op grond van de Participatiewet zijn een openeinderegeling. Risico is dat de uitkeringen toenemen en/of de rijksbijdrage, die de gemeente daarvoor ontvangt, afneemt of onvoldoende is om de lasten te dekken.
Dit komt doordat de rijksbijdrage (deels) gebaseerd is op het aantal bijstandsgerechtigden twee jaar terug. Ook draagt de gemeente een belangrijk deel van het risico wanneer het niet lukt om mensen aan een betaalde baan te helpen. Indien het aantal bijstandsgerechtigden toeneemt of hoger ligt ten opzichte van landelijk, heeft de gemeente een tekort. Bij een groot verschil (>7,5%) kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. Dit beperkt het risico.
Ook is er een risico dat vorderingen op dit gebied niet worden ontvangen. Dit risico is in omvang beperkt.
|
De gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom en het Lokaal werkteam helpen inwoners met het vinden van werk. Hiermee wordt zoveel mogelijk de instroom beheerst en de uitstroom bevorderd.
Daarnaast werken wij samen met andere Lekstroomgemeenten aan het verder ontwikkelen van onze sociale infrastructuur. Het doel hiervan is de participatie te vergroten. Resultaten uit dit project worden in de toekomst verwacht.
De ontwikkeling van de rijksbijdrage wordt gevolgd via de circulaires.
|
De rijksbijdrage wordt periodiek bijgesteld aan de landelijke ontwikkelingen. Het is gebruikelijk dat dit schommelt. In 2025 is deze aanzienlijk verhoogd waardoor het tekort dat we hebben op de BUIG sterk is teruggelopen. Het risico heeft zich dus voorgedaan, maar in veel mindere mate dan in 2024.
Het risico blijft wel onverminderd bestaan omdat de rijksbijdrage schommelt en de uitstroom naar werk van bijstandsgerechtigden onzeker.
Het bruto risicobedrag is gebaseerd op het bedrag van de rijksbijdrage in 2025. De kans is gebaseerd op het percentage (7,5%) waarboven, onder voorwaarden, van de vangnetregeling gebruik kan worden gemaakt. Het risicobedrag stijgt doordat het minimumloon stijgt. De bijstandsuitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon waardoor deze ook stijgen. Ook voor 2026 verwachten we dat de minimumlonen en uitkeringen verder worden geïndexeerd. We worden hiervoor gecompenseerd via de rijksbijdrage. Het zorgt echter wel voor een hoger bedrag waarover we het risico lopen.
|
7,5 |
10.000 |
750 |
|
Jeugdhulp
De uitvoering van de Jeugdwet is een openeinderegeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen of onderschrijdingen voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget dat wij begroten op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van jeugdhulp wanneer inwoners hier recht op hebben. Hierdoor lopen wij het risico dat de kosten hoger zijn dan begroot. Het risico ziet voornamelijk toe op specialistische jeugdzorg en verblijfsvormen, omdat hier sprake kan zijn van zeer dure zorgtrajecten.
|
Vanaf 2024 zetten we in op betere inzichten in onze uitgaven en sturingsmogelijkheden. Dit hebben wij gedaan in het kader van het Project Jeugd dat eind 2024 door de gemeenteraad is goedgekeurd. Onderdeel hiervan is dat wij lichtere hulpvragen vaker in het voorveld opvangen. Daarnaast hebben we onze verordening beter afgebakend op basis van de Jeugdwet. We hebben de raad in 2025 op diverse momenten geïnformeerd over de resultaten van Project Jeugd.
|
We hebben in 2025 duidelijke resultaten gezien uit Project Jeugd. Het gebruik en de kosten van lichtere vormen van jeugdhulp nemen af. Tegelijkertijd zien we dat de kosten van zware en specialistische jeugdzorg sterker toenemen dan verwacht. Hierdoor blijft het risico zich voordoen en dit verwachten we ook richting de toekomst. De overschrijding van onze budgetten bedraagt ongeveer 7%.
Het risico blijft bestaan maar wordt wel kleiner omdat de raad met de kadernota 2026 heeft besloten het budget aan te passen aan de prognose. Het budget is hierdoor fors verhoogd waardoor het risico op grote overschrijdingen afneemt. We hebben het risicopercentage daarom verlaagd. Het brutobedrag is gebaseerd op de begroting 2026 (afgerond).
|
5 |
10.500 |
525 |
|
Maatschappelijke ondersteuning
De uitvoering van de Wmo is een openeinderegeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen of onderschrijdingen voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget dat wij begroten op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van maatschappelijke ondersteuning wanneer inwoners hier recht op hebben. Hierdoor lopen wij het risico dat de kosten hoger zijn dan begroot.
|
Ook op het gebied van Wmo wordt ingezet op gezamenlijke inkoop, integrale aanpak en standaardisatie van processen. Dit gebeurt i.s.m. de RBL. Ook zetten wij in op verschillende pilots waarmee we proberen het beroep op de Wmo te beperken.
|
Dit risico heeft zich in 2025 niet voorgedaan. Binnen de Wmo zijn onze maatregelen voor kostenbeheersing effectief gebleken. De totale uitgaven blijven binnen begroting.
Vooruitkijkend blijft het risico in beperkte mate bestaan. Het risico is beperkt omdat kostenbeheersing effectief blijkt en de uitgaven al een aantal jaren binnen begroting blijft. Daarnaast wordt het risico verder beperkt door langjarige contracten, relatief weinig zeer dure Wmo-trajecten, en de hogere indexering die het Rijk via het Gemeentefonds beschikbaar heeft gesteld.
Ook heeft de raad met de kadernota 2026 besloten de verwachte besparing op de Wmo nog een jaar uit te stellen. Dit verkleint het risico verder.
|
2,5 |
6.500 |
160 |