Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Hierbij is de uitdaging om een passende financiële buffer te vormen.

Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belangen:

  • De beschikbare weerstandscapaciteit: de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn;
  • De aanwezige risico’s: dit zijn risico’s die de gemeente loopt waarbij gekeken wordt naar zowel de kans dat deze risico’s zich voor zullen doen alsmede het schadebedrag dat met het voordoen zou ontstaan.

Beide elementen werken we in de deze paragraaf uit en actualiseren we twee keer per jaar bij het opstellen van de begroting en jaarrekening. In de paragraaf zijn verder ook de kengetallen opgenomen die op grond van het BBV voorgeschreven zijn. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

Samengevat

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Samengevat

Het totaal van geïdentificeerde risico’s (zie totaal risico’s) voor 2027 bedraagt ca. € 5,2 mln. De beschikbare weerstandscapaciteit is per eind 2027 ca € 20,5 mln. waarmee de factor weerstandsvermogen op 3,9 komt. Dit is ruim boven de gewenste norm van 2,0 en een forse stijging ten opzichte van de begroting 2026 (2,5). Dit komt vooral door het jaarrekeningresultaat 2025, waardoor de algemene reserve in 2026 flink groeit. Periodiek beoordelen wij nut en noodzaak van bestemmingsreserves. Indien het niet nodig is een reserve in stand te houden dan valt deze vrij in de Algemene reserve en stijgt het weerstandsvermogen.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Het weerstandvermogen bestaat uit de incidentele en structurele weerstandsvermogen. Beide vormen worden hieronder toegelicht.

Het incidentele weerstandsvermogen
Dit betreft het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Dit valt samen met ontwikkeling van de Algemene reserve. Deze reserve heeft als doel risico’s op te vangen. Onderstaand een overzicht van de verwachte ontwikkeling van deze reserve:

Incidentele weerstandscapaciteit (in € )
2027 2028 2029 2030
Algemene reserve
Saldo per begin van het boekjaar 18.721.940 20.511.451 24.323.339 25.121.814
Geraamde mutaties via de reguliere exploitaties -404.198 1.828.315 0 0
Geraamde mutaties via de balans/resultaatbestemming 2.193.709 1.983.573 798.475 634.454
Totaal incidentele weerstandscapaciteit per eind boekjaar 20.511.451 24.323.339 25.121.814 25.756.268

Naast de Algemene reserve beschikt de gemeente ook nog over een aantal ‘stille’ reserves. Denk hierbij aan vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit omdat deze reserves niet direct in geld omgezet kunnen worden. Dit komt doordat vastgoed en gronden in gebruik zijn.

Het structurele weerstandsvermogen
Dit zijn de middelen die we permanent kunnen inzetten om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen: 

  1. De onbenutte belastingcapaciteit inzake de onroerendezaakbelasting (OZB). Dit is het verschil tussen de tarieven zoals wij deze hanteren en het normtarief voor de zogenaamde artikel 12-gemeenten.
  2. De stelpost onvoorzien in de begroting.

Hieronder een overzicht van de saldi van deze posten: 

Weerstandsvermogen - Structurele weerstandscapaciteit

Structurele weerstandscapaciteit (in €)
2027 2028 2029 2030
Onbenutte belastingcapaciteit OZB 6.030.088 6.030.088 6.030.088 6.030.088
Stelpost Onvoorzien 12.938 12.938 12.938 12.938
Totaal structurele weerstandscapaciteit per boekjaar 6.043.026 6.043.026 6.043.026 6.043.026

Risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's

Om een correcte en actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit is het nodig periodiek de risico’s te actualiseren. Wij kiezen ervoor dit bij zowel de begroting als de jaarrekening te doen. De voor deze paragraaf relevante risico’s moeten een financiële omvang hebben van € 100.000 of hoger. Deze risico’s worden hieronder ook kort toegelicht. 

De gemeente IJsselstein hanteert de volgende criteria voor een risico:

  • Er is sprake van een mogelijke gebeurtenis (oorzaak) wat leidt tot een uitstroom van middelen (gevolg);
  • De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet zijn onzeker;
  • Er is sprake van enige mate van voorkennis;
  • Het risico vormt een bedreiging/belemmering voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen;
  • Het risico is financieel kwantificeerbaar;
  • Het risico doet zich (mogelijk) voor in het begrotingsjaar.

Benodigde weerstandscapaciteit

Hierna zijn de risico’s per programma weergegeven en toegelicht waarvan het risicobedrag groter dan € 100.000 is.

Risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit per programma

 

Risico’s Beheersmaatregelen Verwachting voor 2027 Kans in % Bruto bedrag in €  .000

Netto (kans x bruto) in € .000

Programma Wonen en ruimte

Leges omgevingsvergunningen

De Omgevingswet per 2024 geeft de gemeente meer regie over vergunningsplichten en kan leiden tot een afname hiervan. Dit is afhankelijk van het omgevingsplan, dat nog in ontwikkeling is. Wanneer de vergunningplicht afneemt, is het mogelijk dat ook de opbrengst uit leges zal afnemen. Het is echter niet zeker of de kosten in gelijke mate afnemen. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de impact van het omgevingsplan op handhavingstaken.

Daarnaast kunnen bouwactiviteiten vertrouwen door bijvoorbeeld de stikstofproblematiek, netcongestie of beroepsprocedures. Met name grotere projecten worden hierdoor geraakt. De kostendekkendheid is bij grote projecten meestal beter. Bovendien is een belangrijk deel van de inzet van de ODU gegarandeerd voor een jaar. Dit zorgt ervoor dat de kosten minder snel mee bewegen.

Beide factoren zorgen voor het risico dat de opbrengsten uit leges harder kunnen dalen dan de kosten die de gemeente maakt voor vergunningen, toezicht en handhaving. 

 

De afgelopen jaren is capaciteit vrijgemaakt om de invoering van de Omgevingswet te implementeren. Dit is projectmatig aangepakt. Daarbij is ook de ODU betrokken. Ook hebben we geïnvesteerd in inzicht in kosten van aanvragen, zodat we ook inzicht hebben in de kostendekkendheid en deze verhoogd kan worden.

Ontwikkelingen in aanvragen en prognoses wordt gemonitord en periodiek afgestemd met ODU. Dit ziet toe op zowel inzet van ODU en leges uit vergunningen. 

 

In recente jaren is de kostendekkendheid van leges verbeterd. Echter zorgt de aanpassing niet voor volledige kostendekkendheid op alle leges. 

Het is normaal dat inkomsten uit leges fluctueren. Het risico heeft zich in recente jaren dan ook voorgedaan. In de afgelopen jaren vielen de opbrengsten tot een half miljoen lager uit. Hoewel we verwachten dat vanaf 2027 de vergunning voor enkele grotere projecten wordt verleend, blijft het risico bestaan.  

 

50

 

500

 

250

 

Risico’s Beheersmaatregelen Verwachting voor 2027 Kans in % Bruto bedrag in € .000 Netto (kans x bruto) in € .000

Programma Inkomen, Jeugd en Wmo

Uitkering Participatiewet (bijstand)

Uitkeringen van de gemeente op grond van de participatiewet zijn een openeinderegeling. Risico is dat de uitkeringen toenemen en/of dat de rijkbijdrage die de gemeente daarvoor ontvangt afneemt of onvoldoende is om de lasten te dekken. 

Dit komt doordat de rijksbijdrage (deels) gebaseerd is op het aantal bijstands-gerechtigden twee jaar terug. Indien het aantal gerechtigden toeneemt heeft de gemeente een (tijdelijk) tekort. Bij een groot verschil (>7,5%) kan een beroep worden gedaan op de vangnetregeling. Dit beperkt het risico.

Ook is er een risico dat vorderingen op dit gebied niet worden ontvangen. Dit risico is in omvang beperkt.

 

De gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom en het Lokaal werkteam helpen inwoners met het vinden van werk. Hiermee wordt zoveel mogelijk de instroom beheerst en de uitstroom bevorderd. Met Expeditie Menskracht werken we samen met WIL en andere Lekstroom gemeenten aan het verbeteren van de mogelijkheden die we hebben om mensen aan het werk te helpen. Ook zetten we in op het versnellen van trajecten.

Vorderingen worden jaarlijks beoordeeld. Voor oninbaarheid heeft de gemeente een voorziening getroffen. Hiervoor verwijzen wij naar de toelichting op de jaarrekening.

Ontwikkeling van de rijksbijdrage wordt gevolgd via de circulaires. 

 

De rijksbijdrage wordt periodiek bijgesteld op basis van de landelijke ontwikkelingen. De lokale ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren vaak ongunstiger geweest dan de landelijke ontwikkelingen. Hierdoor hebben we in recente jaren meer voor uitkeringen betaald dan we van het Rijk hebben ontvangen. Voor 2024 was het tekort groter dan 7,5% waardoor we gebruik hebben moeten maken van de vangnetregeling. In 2025 was het tekort kleiner en voor 2026 is dit nog onzeker. We hanteren daarom een risicopercentage van 7,5%.

Het risicobedrag baseren we op de begroting van WIL. Deze stijgt doordat het minimumloon stijgt. De bijstandsuitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon waardoor deze ook stijgen. Ook voor 2026 verwachten we dat de minimumlonen en uitkeringen verder worden geïndexeerd. We worden hiervoor gecompenseerd via de rijksbijdrage. Het zorgt echter wel voor een hoger bedrag waarover we het risico lopen. 

7,5 11.000 825

Jeugdhulp

De uitvoering van de Jeugdwet is een openeinderegeling. Dat houdt in dat overschrijdingen of onderschrijdingen van het budget voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van maatschappelijke ondersteuning aan inwoners die hier recht op hebben.

Hierdoor lopen wij het risico dat kosten hoger zijn dan begroot. Dit risico ziet voornamelijk toe op specialistische zorg, justitiële trajecten en verblijfsvormen.

 

Wij zetten in op betere inzichten in onze uitgaven en sturingsmogelijkheden. Dit hebben wij gedaan in het kader van het Project Jeugd dat eind 2024 door de gemeenteraad is goedgekeurd. Onderdeel hiervan is dat wij lichtere hulpvragen vaker in het voorveld opvangen. Daarnaast hebben we onze verordening beter afgebakend op basis van de Jeugdwet. We monitoren de kosten per kwartaal en beoordelen sturingsmogelijkheden wanneer kosten sneller stijgen dan verwacht.

 

We zien al de eerste resultaten van onze beheersmaatregelen op de lichtere vormen van jeugdhulp. Tegelijkertijd zien we ook sterke kostenstijgingen in zware en specialistische vormen van jeugdhulp. Met name in 2026 stijgen de kosten sneller dan verwacht. We hebben daarom het risicopercentage verhoogd naar 7,5% op basis van recente realisatie.

Het risicobedrag is gebaseerd op het totaal budget voor cliëntgebonden, plus PGB en budgetten voorveld.

 

 

 

7,5%

 

10.500

 

800

Maatschappelijke ondersteuning

De uitvoering van de Wmo is een openeinderegeling. Dat houdt in dat overschrijdingen of onderschrijdingen van het budget voor rekening en risico van de gemeente zijn. Wanneer het budget op raakt, kunnen wij niet stoppen met het verlenen van maatschappelijke ondersteuning aan inwoners die hier recht op hebben. 

Hierdoor lopen wij het risico dat kosten hoger zijn dan begroot. 

 

 

We werken aan een plan van aanpak waarmee we het beroep op de Wmo zoveel mogelijk proberen te beperken. Onderdeel hiervan vormt het inzetten op diverse pilots. Ook maken we zoveel mogelijk gebruik van groepsbegeleiding om duurder individueel maatwerk te voorkomen. 

 

 

Het risico schatten we in als beperkt, omdat in afgelopen jaren de kostenstijgingen beperkt hebben kunnen houden. Ook in 2027 komen we naar verwachting binnen budget. Daarnaast heeft de raad met de kadernota 2026 besloten de verwachte besparing op de Wmo nog een jaar uit te stellen en krijgen we via het gemeentefonds extra indexatie om de gevolgen van vergrijzing op te vangen. Dit verkleint het risico verder.

Het risicobedrag is gebaseerd op het totaal budget voor cliëntgebonden kosten en PGB.

 

 2,5

 

7.000

 

175

 

Risico’s Beheersmaatregelen Verwachting voor 2027 Kans in % Bruto bedrag in € .000 Netto (kans x bruto) in € .000

Programma algemene dekkingsmiddelen

Gegarandeerde geldlening

De gemeente heeft garanties verstrekt vanuit haar publieke functie. Hieronder zijn de bedragen en risico's per beleidsveld weergegeven.

Het risico bestaat dat de wederpartij niet aan haar verplichtingen kan voldoen en de gemeente deze (deels) dient over te nemen.

 

 

 

 Volkshuisvesting (Cazas)

Welzijn (zorginstellingen) 

 

In de financiële verordening is opgenomen dat:

  • Hypotheekrecht wordt gevestigd indien de aanvrager over eigen accommodatie beschikt
  • Oude garanties zoveel mogelijk worden afgebouwd
  • De lening is aangetrokken ten behoeve van een investering die past in het gemeentelijk beleid
  • Alleen garanties verstrekt kunnen worden indien er geen waarborgfonds bestaat voor het beleidsterrein

We beoordelen jaarlijks de liquiditeit en solvabiliteit van de instellingen.

 

Geen van de garanties is in recente jaren ingeroepen. Het risico heeft zich dus niet voorgedaan.

Het risico ten aanzien van Cazas wordt -  conform de verstrekte lening - als zeer klein ingeschat. Dit risico is onveranderd. 

Het risico ten aanzien van zorginstellingen is groter omdat de financiële positie minder sterk is en er minder activa tegenover de schulden van de zorginstellingen staan. Voor één van de zorginstellingen geldt dat er zorgen zijn rond de continuïteit. Dit wordt ook toegelicht in de jaarrekening van deze instelling. We hebben bij deze instelling nog voor een bedrag van 2 miljoen Euro gegarandeerd. De maatregelen die genomen worden zijn naar verwachting voldoende om aan de verplichtingen te voldoen. Het zorgt echter wel voor een hoger risico op de portefeuille als geheel. We hebben hiervoor het percentage omhoog bijgesteld.

 

 

 

 

 

 

 

 

1

15

 

 

 

 

 

 

 

 

42.000

5.500

 

 

 

 

 

 

 

 

420

800

Gemeenschappelijke regelingen

Het risico bestaat dat de gemeente haar bijdrage aan een gemeenschappelijke regeling (GR) dient te verhogen wanneer deze geconfronteerd worden met financiële tegenvallers. Dit risico doet zich met name voor wanneer een GR geen eigen reserves of weerstandsvermogen aanhoudt. Door deelname verplicht de gemeente zich om naar evenredigheid bij te dragen in de kosten. Zie ook de paragraaf verbonden partijen waar actuele informatie wordt gegeven omtrent de financiële positie per GR.

 

Het beheersen van risico's omtrent gemeenschappelijke regelingen en andere verbonden partijen is een continue aandachtspunt voor de gemeente. Risicobeheersing van de gemeente omvat onder meer de bestuurlijke afvaardiging (in een gemeenschappelijke regeling), de monitoring door regievoerder en control op beleids- en financiële prestaties, en het beoordelen van begrotingen, jaarrekening en andere P&C documenten. 

Waar relevant dienen we zienswijzen in op P&C stukken en werken we samen met andere deelnemende gemeenten.

 

Het risicobedrag is gebaseerd op bijdragen aan de bestaande verbonden partijen. 

Deze schatting is gebaseerd op ervaringen in recente jaren van afwijkingen tussen begroting en realisatie van de betreffende regeling. 

 

 

% per GR bepaald, zie volgende tabel.

20.000

1.200

Onderhoud vastgoed, civiele werken en openbare ruimte

De kosten voor onderhoud van vastgoed, civiele techniek en openbare ruimte kunnen door marktomstandigheden stijgen. Ook komt het voor dat we door onvoorziene omstandigheden kosten moeten maken die niet zijn voorzien in het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) of het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). De budgetten in onze begroting zijn op deze plannen gebaseerd en deze plannen worden eens in de 5 herzien.

Wanneer zich onvoorziene kostenstijgingen of onvoorziene omstandigheden zich voordoen, bestaat het risico dat de kosten niet gedekt kunnen worden uit bestaande budgetten. Doordat het onderhoud of herstel vaak noodzakelijk is, kan dit leiden tot budgetoverschrijding. 

 

We voeren actief beheer op al onze vastgoedobjecten en de openbare ruimte. Daarmee monitoren we ook of de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden in lijn liggen met de beheer- en onderhoudsplannen. Hierdoor hebben we eventuele bijzonderheden snel in beeld. 

 

In recente jaren hebben we vaker te maken gehad met onvoorziene omstandigheden die hebben gezorgd voor hogere onderhoudskosten. Tegelijkertijd zijn we over het algemeen in staat kleinere onvoorziene omstandigheden op te vangen binnen het bestaande programmabudget.

Toch kan het voorkomen dat zich grotere onvoorziene omstandigheden voordoen die zeer kostbaar kunnen zijn. We kunnen de omvang en het risico niet goed inschatten maar houden rekening met een aanzienlijk bedrag.

 

50

 

1.000

 

500

Prijsindexaties

Binnen de BBP systematiek van het gemeentefonds worden wij gecompenseerd voor prijsinflatie op basis van het verwachte inflatiepercentage. De laatste jaren valt dit doorgaans hoger uit, vaak met minimaal 1 procentpunt. Dit vormt een financieel risico voor onze prijsgevoelige budgetten.

 

Het risico beheersen we waar mogelijk door doelmatig in te kopen. Ook indexeren we onze eigen budgetten in principe met hetzelfde percentage als in de circulaires. Dit beperkt het risico deels. Echter blijft het risico bestaan waar sprake is van wettelijke verplichte of noodzakelijke taken.

 

We nemen het risico op omdat er de afgelopen jaren vaak een verschil is tussen de indexering die wij krijgen via het gemeentefonds en de inflatie waar wij mee geconfronteerd worden. We zien dit met name in de kosten sociaal domein, beheer van infrastructuur en de openbare ruimte, en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen.

Voor het sociaal domein en de gemeenschappelijke regelingen zit dit risico al verwerkt in de voorgaande risico's. Wij schatten het risico in o.b.v. 2 procentpunt van onze overige prijsgevoelige budgetten met een hoge kans dat het risico zich voordoet

 

50

 

500

 

250

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

 

 

5.220

Toelichting

Het totaal aan risico's is licht gestegen ten opzichte van 2026 (€ 5,0 miljoen). Dit komt voornamelijk doordat de brutobedragen waarop de risico's zijn gebaseerd groeien door indexatie. Verder zijn de wijzigingen in risico's ten opzichte van vorig jaar beperkt.  

Risico’s met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen

Voor het bepalen van het risico dat de gemeente loopt door deelname in de diverse gemeenschappelijke regelingen maken we per gemeenschappelijke regeling een inschatting van het risicobedrag op basis van de totale bijdrage en de geschatte maximale afwijking. Deze schatting is primair gebaseerd op ervaringen in recente jaren van afwijkingen tussen begroting en realisatie van de betreffende regeling. De kolommen begroot zijn overgenomen uit de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen zelf. Hieronder leest u de berekening van het risicobedrag. Het totaalbedrag van onderstaande tabel is genoemd in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven:

Risicobeheersing - Risico’s verbonden partijen

 

Verbonden partij Begroting 2027 Begroting 2026
  Bijdrage begroting (afgerond, x € .000) Risico Risicobedrag (afgerond, x € .000) Bijdrage begroting (afgerond, x € .000) Risico Risicobedrag ((afgerond, x € .000)
RMN incl. AVU 6.200 5,0% 310 6.500 5,0% 320
WIL* 6.400 7,5% 480 6.000 7,5% 450
VRU 2.400 5,0% 120 2.200 5,0% 110
ODU 2.300 7,5% 170 2.200 7,5% 160
GGDrU 1.700 5,0% 85 1.600 5,0% 80
BSR 690 2,5% 20 700 2,5% 15
Recreatieschap Stichtse Groenlanden 165 5,0% 10 170 5,0% 10
Regionaal Historisch Centrum 180 2,5% 5 180 2,5% 5
Totaal 20.035   1.200 19.550   1.150

*) Bijdrage gecorrigeerd voor verstrekte uitkering BUIG. Dit risico is al afzonderlijk benoemd.

Toelichting
Bij de RMN is sprake van een daling van de bijdrage door de toetreding van de gemeente Houten. Bij de VRU is sprake van een stijging als gevolg van het toekomstscenario en bij WIL als gevolg van hogere organisatiekosten. Per saldo blijft onze risico-inschatting gelijk en stijgt de totale bijdrage licht. Dit zorgt ervoor dat het totale risico licht meestijgt ten opzichte van de begroting 2026.

Historisch overzicht
Onderstaand een historisch overzicht van de ontwikkeling van de opbouw van het benodigde weerstandsvermogen, de beschikbare weerstandscapaciteit en de factor weerstandsvermogen:

 

Risico-categorie Risico's Begroting 2027 Begroting 2026 Begroting 2025
Leningen en garantstellingen

Directe leningen Cazas en overige verstrekte leningen*

Gegarandeerde leningen Cazas

Gegarandeerde leningen zorginstellingen 

0

420

800

1.220

0

450

800      

1.250                                                       

 

239

450                  

1.400                           

2.089

Sociaal domein

Uitkeringen participatiewet

Jeugdzorg en Wmo

825

975

1.800

750

685

1.435

750

800

1.550

Grond-exploitaties

Niet in exploitatie genomen gronden 

Bouwgronden in exploitatie**

 

0

0

0

0

P.M.

0

Gemeenschappelijke regelingen O.b.v. beoordeling per samenwerking 1.200 1.150

1.163            

Overige

Leges omgevingsvergunningen

Wachtgeld wethouders***

Prijsindexaties

Onderhoud vastgoed, civiele werken en openbare ruimte

250

0

250

500

1.000

250                    

200             

250                                  

500

1.200

300                            

0                               

0         

585

885 

Totaal berekend bedrag risico's 5.220 5.035 5.687
Totaal berekend bedrag weerstandscapaciteit 20.511 12.509 11.047
Factor weerstandsvermogen 3,9 2,5 1,9

*) In 2025 is de helft van de openstaande directe leningen aan Cazas afgelost waardoor het risicobedrag halveert. Op basis van onze eigen risicoanalyse en die van de Autoriteit Woningcorporaties blijft het risicopercentage gelijk. De overige verstrekte leningen zien voornamelijk toe op starterleningen. Hier daalt het risico door sterk gestegen woningwaardes. Hierdoor valt het risico onder de grens van € 100.000 en wordt deze niet meer benoemd vanaf de begroting 2026.

**) De gemeente heeft in 2027 naar verwachting één grondexploitatie. We verwachten hieruit een aanzienlijk positief resultaat dat in 2027 is geboekt. Eventuele waardedalingen of andere tegenvallers in 2027 zullen eerst ten laste van dit resultaat komen. Pas indien het verwachte resultaat negatief dreigt te worden is er een financieel risico voor 2027. Gezien de ruime marge is het risico voor 2027 minimaal.

***) Op het moment van schrijven ontvangt één voormalig wethouder wachtgeld. We schatten de kans hoog in dat we niet over heel 2027 wachtgeld hoeven te betalen. Hierdoor valt het risico onder de grens van € 100.000 en wordt deze niet meer benoemd in de begroting 2027.

Kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente.
Het gaat om de volgende kengetallen:

  • Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • Structurele exploitatieruimte
  • Belastingcapaciteit

Onderstaand een overzicht van de kengetallen en een toelichting hierop: 

Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Kengetallen

Kengetal
Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Netto schuldquote 21,8% 30,3% 26,2% 37,7% 48,4% 48,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 5,1% 28,0% 23,7% 31,0% 41,7% 41,6%
Solvabiliteitsratio 29,4% 23,8% 29,6% 31,1% 28,9% 29,0%
Grondexploitatie 0,2% -1,9% 1,9% 1,2% 0,0% 0,0%
Structurele exploitatieruimte 1,1% 2,3% 2,5% 0,9% 0,6% 0,8%
Belastingcapaciteit 105,8% 114,8% 107,0% 107,0% 107,0% 107,0%

Netto schuldquote
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor onze gemeente ligt dit cijfer ruim binnen de normale marge.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit cijfer ligt doorgaans rond de 30% bij gemeenten. De solvabiliteit van onze gemeente benadert dit gemiddelde.

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit cijfer is structureel laag. Hierdoor is dit risico erg laag.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. 

Belastingcapaciteit
Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit kengetal laat zien dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddeld liggen.